“Het was geen optie om geen ouders te worden”
Soms begint een kinderwens vol vertrouwen. Zo ook bij Mirjam en Johno. Jong, begin dertig, gezond. Waarom zou het niet lukken? “Als het deze maand raak is,” zeiden ze lachend tegen elkaar, “dan hebben we over negen maanden een baby!”
Zo vanzelfsprekend leek het. Tot het dat niet meer was.
Een onverwachte wending
Na een half jaar proberen gingen ze, eigenlijk vrij nuchter, naar de huisarts. “We dachten: we laten het gewoon even checken. We wilden het liefst vroeg duidelijkheid.” Wat begon als een controle, werd een schrikmoment.
Bij Johno werd tijdens het fertiliteitsonderzoek een afwijking gevonden. Een tumor.
“Dat zie je niet aankomen,” zegt hij rustig. “Je gaat daarheen voor een kinderwens. Niet voor kanker.” De dagen erna leefden ze in onzekerheid.
Alsof dat nog niet genoeg was, volgde kort daarna een tweede klap. De fertiliteitsarts belde. ICSI had weinig kans van slagen en invriezen nauwelijks zin, gezien de kwaliteit. Een week waarin alles op losse schroeven stond. “Toen hadden we eigenlijk twee schokken tegelijk,” zegt Mirjam. “De tumor. En het idee dat onze kinderwens misschien helemaal geen kans meer had.”
Gelukkig bleek de tumor goedaardig. En toen gebeurde er iets onverwachts: de arts besloot tóch te proberen zaad in te vriezen. “Alle opties waren ineens weer open,” zegt Johno. “Maar we waren zó heen en weer geslingerd, dat was heel heftig.”
Toen begon het traject echt.
Leven tussen hoop en vrees
Ze begonnen aan een ICSI-traject. De eerste poging. Vol goede moed. “Alle artsen zeiden: statistisch gezien moet dit gewoon goedkomen.” Er ontstond geen enkel embryo. “Dat was een schop in je buik,” zegt Mirjam. “Zonder embryo geen baby. En je hebt maar drie vergoede pogingen. Je ziet je kansen letterlijk verdwijnen.”
Ze trokken zich een week terug. Gordijnen dicht. Disneyfilms. Samen onder een deken op de grond. “Gewoon even niet meer sterk hoeven zijn.”
Wat volgde was een periode van ziekenhuisbezoeken, hormonen, spanning, teleurstelling. Een poging in Duitsland. Later in Brussel. Reisafstanden, wachttijden, andere protocollen, andere hoop.
“Het beheerste ons hele leven,” vertelt Johno. “Alles draaide om zwanger worden. Wat je eet, wat je drinkt, wanneer je slaapt. Geen sauna. Geen wijn. Geen spontane plannen. Alles stond in het teken van die ene kans.” Mirjam knikt. “Je lichaam voelt niet meer van jezelf. Je bent onderdeel van een medisch proces.”
De laatste poging
Brussel voelde als hun laatste echte kans. Zwaardere hormonen. Meer bijwerkingen. Lange autoritten. “Dit was wel onze laatste hoop,” zegt ze zacht. “Ik had tegen mezelf gezegd: nog één keer.” Er werden twee embryo’s teruggeplaatst. Eentje bleef zitten.
“Dat was Mees.”
Zwanger… maar niet zorgeloos
Waar veel mensen denken dat een positieve test pure vreugde brengt, was het bij hen anders. “Ik dacht niet: yes, ontspannen. Ik dacht: wanneer komt de klap?” Elke echo was spannend. Elke week een overwinning. “Als ik hem even niet voelde bewegen, dacht ik meteen het ergste.” Pas rond 24 weken zwangerschap kwam er iets van rust.
“Niet zorgeloos. Maar wel: oké, als er nu iets gebeurt, heeft hij een kans.”
De zwangerschap verliep uiteindelijk medisch goed.
‘“Het verschil tussen één en geen is zó groot”
Nu zitten ze samen op de bank. Hun zoon in hun armen. Moe, maar gelukkig.
“Mentaal gaat het goed,” zegt ze. “We zijn vooral moe. Maar dat is gewoon het ouderschap.” Ze zouden graag nog een tweede kindje willen. Maar het zal hun leven niet meer zo beheersen als toen. “Het verschil tussen één en geen is zó groot.”
Wat ze andere stellen willen meegeven
Johno vult aan: “Je bent niet de enige. Eén op de zes stellen krijgt te maken met vruchtbaarheidsproblemen. Maar het voelt vaak alsof jij de enige bent.” Ze weten hoe eenzaam het kan voelen. Hoe zwaar. Hoe allesoverheersend.
“Het was geen optie om geen moeder te worden,” zegt Mirjam. “Maar we hebben ook geleerd dat het leven niet maakbaar is.” En toch. “Als ik hem nu zie,” zegt ze terwijl ze naar hun zoon kijkt, “dan denk ik: dit had ik voor geen goud willen missen. Hoe zwaar de weg ook was.”
Niemand zoals jij
Waar woorden soms tekortschoten in het traject, vond Mirjam ze in een lied die ze voor haar zoon schreef. Een lied over vasthouden voordat je iemand ooit hebt vastgehouden (Foto: Nanda Hagenaars).

Niemand zoals jij
We hielden je vast, nog voor je bestond
We noemden je naam, riepen jou in de allerlangste nacht
We droegen je stil in de kromming van hoop In de jaren vol vragen, in de leegte en troost
Je bent zo geliefd
We houden je vast tot je zelf kunt
We houden je vast tot je op je eigen weg mag gaan
Met ons om je heen
De pijn, het gemis, de leegte verdween
Zo klein, maar zo groots, ja we wisten meteen
Je bent geen misschien, nee je bent het begin
Ons mooiste geschenk, ons alles, ons kind
Je bent zo geliefd We houden je vast tot je zelf kunt
We houden je vast tot je op je eigen weg mag gaan
Zo welkom en goed zoals je bent
Groei maar en bloei maar en blijf jezelf
We houden je vast tot je zelf je eigen weg mag gaan
Met ons om je heen
We beloven jou Mees; we zullen er voor je zijn
In je angst en verdriet, in je vreugde en pijn
Ja we vangen je op, wat het leven ook brengt
We houden van jou, nog meer dan je denkt
Er is altijd wel iemand, maar niemand als jij
Te vinden op Youtube. Tekst en zang: Mirjam Landman. Foto: Nanda Hagenaars. Origineel nummer: Altijd wel iemand- Suzan & Freek